Kies de juiste methode: dubbele lange lijnen, dubbele longe en lange teugelen uitgelegd

29 mei 2024
Er zijn veel manieren om je paard vanaf de grond te trainen, waardoor het wellicht lastig is om te bedenken wat nu precies bij jou en jouw paard aansluit. Dubbele lange lijnen, lange teugelen, dubbele longe: duizelt het je al? Wat deze trainingsmogelijkheden hetzelfde hebben, is dat je 2 lijnen erbij gebruikt en je naast je paard staat. In deze blog neem ik je mee wat deze 3 manieren precies inhouden en wanneer je voor het een of het ander kiest.

Ontwikkeling met de dubbele longe

Als meisje van 18 (inmiddels alweer 17 jaar geleden) met een jonge Spaanse hengst, liep ik tegen het probleem aan dat mijn vlugge paard zich nog weleens kon omdraaien aan de longe. Op een bekend paardenforum zag ik een andere Spanjaard aan de dubbele longe en toen dacht ik, laat ik eens een 2e longeerlijn er aan vast knopen. Ik kan je vertellen, mijn paard heeft destijds meerdere keren ingedraaid tussen deze 2 lijnen gestaan, maar al doende leert men! Ik ben een autodidact, en net zo lang wezen puzzelen tot ik die 2 lijnen goed onder de knie had en na een aantal jaar heb ik een keer een clinic op Horse Event bij Horst Becker mogen meedoen met de dubbele longe. Dit was erg leerzaam en zijn technieken gebruik ik nog tot op de dag van vandaag!

Wat heb je nodig voor de dubbele longe?

Waar ik ooit dus ben begonnen met 2 normale longeerlijnen, is dat iets waar ik tegenwoordig niet meer zo graag mee werk. Die zijn namelijk best zwaar en glijden niet zo lekker. Tegenwoordig gebruik ik een dubbele longe met een dun, plat uiteinde en naar het paard toe dun koord. De lijnen zijn van elkaar gesplitst en dus niet aan elkaar vast: dit zie je ook weleens, maar heeft niet mijn voorkeur, omdat het minder fijn werkt en ook minder veilig is. De dubbele longe die ik heb, heb ik al jaren en kan ik helaas niet meer vinden, maar een andere optie waarmee ik graag werk zijn 2 lange lijnen van (minimaal) 6,5 meter per stuk, gemaakt van 8 mm touw (door Lovelance).

Naast de lijnen zijn een longeersingel (met onderlegger), een (bitloos) hoofdstel of kaptoom (met 3 ringen) en evt. een longeer/menzweep aan te raden.

Benodigdheden op een rijtje:

  • Dubbele longe (losse lijnen) of 2 lange lijnen (min) 6,5 meter van 8 mm touw
  • Longeersingel
  • Hoofstel of kaptoom (bitloos ook mogelijk)
  • Longeer of menzweep

Qua plek gaat de voorkeur uit naar een rijbak (evt. door de helft gedeeld), maar ook in een roundpen/longeercirkel is het mogelijk je paard te trainen met de dubbele longe.

Voor het bevestigen van de dubbele longe zijn ook meerdere manieren: zelf gebruik ik na diverse manieren uitgeprobeerd te hebben, nog steeds de methode van Horst Becker: de binnenlijn door de bitring naar de longeersingel en de buitenlijn over de rug, door de longeersingel naar het bit. Op die manier heb je met het bit aan de binnenkant een zijwaartse werking in plaats van terugwerkend en bij de buitenlijn heb je een rustig contact. Als je de lijn achter de billen langs doet, kan de beweging van het paard ervoor zorgen dat de buitenlijn verstoord wordt, door de beweging in de achterbenen van het paard. Bij een bitloze optoming gebruik ik dezelfde methode, hoewel het dan soms zoeken kan zijn of de lijnen ook door het ringetje van het kaptoom of bitloos hoofdstel kunnen.

Aan de slag met de voordelen van de dubbele longe!

De dubbele longe is voor mij een verrijking op het normale longeren: op deze manier kun je het dus ook inzetten. Ik gebruik de dubbele longe dan ook vooral als dressuurmatige training en als afwisseling voor paarden die onder het zadel getraind worden. Heeft je paard nog geen ervaring met 2 lijnen, dan raad ik altijd aan om eerst met de dubbele lange lijnen aan de slag te gaan, voor je met de dubbele longe start.

Met de dubbele longe kun je werken aan zowel het sterker maken als aan de conditie van je paard. Oefeningen waar je aan kunt denken zijn overgangen, het verkleinen en vergroten van de volte en ook balkjes (cavaletti) zijn ideaal om mee te nemen.

Leren sturen & rechtrichten met de dubbele lange lijnen

De dubbele lange lijnen zijn perfect in de opleiding van het jonge paard, om het sturen aan te leren. Daarnaast kun je het uitstekend inzetten bij het verder rechtrichten van je paard en als afwisseling van de training onder het zadel. De methode van de dubbele lange lijnen heb ik bij de instructeurs- en trainersopleiding van DressuurNatuurlijk van Astrid van der Ploeg geleerd.

Wat heb je nodig voor de dubbele lange lijnen?

Voor de dubbele lange lijnen heb je 2 lange lijnen van 6,5 meter, een longeersingel, een touwhalster, kaptoom of (bitloos) hoofdstel nodig. Afhankelijk van het paard kun je de 8 mm lijnen of zwaardere lijnen gebruiken.

Bij het aanleren van de dubbele lange lijnen ga je het liefst van start in een roundpen/afgezette ruimte en wanneer het paard de gewenningsfase voorbij is, ga je aan de slag in de rijbak.

Als het paard gewend is aan de 2 lijnen, gaan de lijnen allebei door de longeersingel rechtstreeks naar het touwhalster, kaptoom of bit. Hierdoor kun je in de menpositie naar alle richtingen veranderen, zonder de bevestiging van de lijnen te hoeven aanpassen.

Perfect om te starten met het werken met 2 lijnen

Zoals hierboven uitgelegd zijn de dubbele lange lijnen ideaal om het sturen aan te leren, recht te richten en als variatie in de training.

Daarnaast is de training met de dubbele lange lijnen zo opgebouwd, dat je paard er rustig aan went en dus ook een stukje dapperder wordt. De gewenningsfase en het aanleren van het werken met 2 lijnen is dan ook erg belangrijk, en in principe start ik dus altijd eerst met de dubbele lange lijnen, voordat ik naar de dubbele longe over ga.

Idealiter ga je voor de dubbele lange lijnen aan de slag met loswerken en grondwerk, zodat het paard al is opgestemd op je lichaamshulpen. Bij de gewenningsfase sta je nog in de centrale positie, maar wanneer het paard goed gewend is, ga je uitbouwen naar de positie achter het paard (menpositie).

Zoals je je kunt voorstellen, kun je op deze manier ook aan figuren zoals (slangen)voltes, gebroken lijnen, maar ook aan zijgangen zoals schouderbuiten en wijken werken. Ook kun je in de menpositie over het erf of zelfs naar buiten gaan, en zo aan de dapperheid en zelfvertrouwen van je paard werken.

De kunst van het lange teugelen

Lange teugelen

De lange teugel is echt een kunst uit de klassieke dressuur. Je ziet deze dan ook veel terug in de Spaanse rijscholen, zoals de Hofreitschule te Wenen of de Real Escuela te Jerez (waar ik 2 weken heb mogen trainen). Ook het lange teugelen heb ik mijzelf aangeleerd, met hier en daar een lesje en meekijken bij ervaren lange teugeltrainers en sinds een tijdje train ik met regelmaat met mijn kleine Prins bij Piet Bakker – een Nederlandse legende op het gebied van lange teugelen.

Wat heb je nodig voor het lange teugelen?

Voor het lange teugelen heb ik je een (bitloos) hoofdstel of kaptoom met 3 ringen nodig, en lange teugels. Zelf gebruik ik sinds een tijdje de biothane lange teugels van Lovelance, die bevallen erg goed! Daarnaast wordt over het algemeen een rijzweep gebruikt, als verlenging van je arm en voor subtiele aanwijzingen. Lange teugelen doe je in principe in de rijbak. 

Hoe begin je met het lange teugelen?

Ook het lange teugelen is een fijne afwisseling op de training onder het zadel, maar, zoals met Prins, dus ook perfect om te doen wanneer je niet zelf op je pony kunt rijden. Het is erg geschikt om je zijgangen te verfijnen en aan de verzameling te werken. Met lange teugelen werk je met name in stap en draf, maar de echte specialisten kunnen zelfs galopwissels- en pirouettes aan de lange teugel!

Je begint met de lange teugel vaak redelijk bij de schouder/waar normaal het zadel ligt. Wanneer je ineens op een positie bij de achterhand gaat lopen, zal het gemiddelde paard het niet goed snappen. Uiteindelijk werk je meer richting een positie naast of achter de achterhand. Wanneer je op de hoefslag loopt, loop je aan de binnenkant van het paard. De teugels houd je in principe hetzelfde vast als met rijden, waarbij je in je binnenhand (dus de hand van het paard af), de zweep en het lusje van de teugel houdt en in je buitenhand enkel de buitenteugel. Het zweepje wijst schuin omhoog.

 

In deze blog heb ik uitgelegd hoe je je paard kunt trainen met de dubbele longe, lange teugels en dubbele lange lijnen. Elk van deze methoden biedt unieke voordelen en kan je helpen je paard effectiever te trainen. Als je geïnteresseerd bent in het leren van deze technieken, bied ik lessen aan waarin ik je de fijne kneepjes van deze methoden kan leren. Neem gerust contact met me op voor meer informatie of om een les in te plannen. Samen kunnen we de training van je paard naar een hoger niveau tillen!